Vliegerfotografie is net golfen

Deze vergelijking heb ik niet zelf bedacht, ik weet niets van golf. Hij is van Chris Benton, een veteraan op het gebied van luchtfotografie met vliegers. Bij golf, zo laat ik me vertellen, gebruik je voor elke situatie een andere golfclub, een ander stuk gereedschap dus. Met vliegerfotografie is het niet anders. Bij elke wind een ander type vlieger!

Een praktijkvoorbeeld: ik was twee weken terug in het groene hart, om foto’s te maken van het rietmoeras de Nieuwkoopse plassen. Het gebied is een stelsel van petgaten, legakkers, verlandingszones en veenplasjes. Het is niet voor niets door de Nederlandse overheid aangewezen als internationaal beschermd gebied, Natura 2000. Het gebied is eigendom van Natuurmonumenten. Zij gaven me toestemming om foto’s te maken en leenden me zelfs een dag een boot.

Toen ik ‘s ochtends aankwam zag ik bezorgde gezichten: “Het waait bijna niet, ben je niet voor niets gekomen?”. Maar juist daarom heb ik drie vliegers in de tas, elk met een bepaald optimum: van zuchtje wind tot windkracht 5+.
En ik had ze alle drie nodig om een efficiënte fotodag te hebben. Na een half uurtje varen was ik in het te fotograferen gebied aangekomen en al voelde ik nauwelijks wind op de grond, toch kon ik de weinig-wind vlieger, type “Fled” oplaten. Zo rond 12 uur kwam er een aardige bries opzetten en kon de Fled vervangen worden door de matras-vlieger. In de namiddag zakte de wind  weer wat weg, zodat de “midden-vlieger”, de Rokkaku de lucht in kon. Dankzij de drie vliegers in de uitrusting een volle dag kunnen fotograferen dus.En na deze fotodag weet ik ook wat er nog ontbrak in de standaarduitrusting: een extra paar sokken. Ook met laarzen aan kun je in het veen een natte voet halen.